Peutergedrag onder de loep

Van druk en driftig tot teruggetrokken en stil. Op peuterobservatiegroep Het Berenbos in Drachten kunnen kleintjes terecht die zich langzamer ontwikkelen of problematisch gedrag vertonen.

In het speellokaal van Het Berenbos in Brede School De Drait in Drachten heerst rust. Elke peuter gaat z’n eigen gang. Bijna allemaal zonder iets te zeggen. Er zijn 2 kleintjes die steeds met een racket een gekleurd foamballetje weg meppen. Een die zielsgelukkig rondloopt, een autootje in de ene knuist en in de andere een knalgeel duplo-parapluutje. Een die alsmaar van het houten glijbaantje suist. En een die zich uitstekend vermaakt met de schuimrubberen speelkussens op de grond.

De 5 peuters in de observatiegroep voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of moeilijk gedrag mogen hier spelen totdat de timer afgaat, een klok met een rood vlak dat steeds kleiner wordt naarmate de minuten verstrijken. Pedagogisch medewerkers Yvonne Langkamp en Jessica Edwards van Muyen hebben dit hulpmiddel erbij gepakt voor een van de jongetjes, die anders niet terug wil naar de groep maar in het speellokaal wil blijven.

,,De klok is bijna afgelopen’’, waarschuwt ‘juf’ Yvonne alvast als er nog een klein streepje rood te zien is. ,,Je mag nog even spelen en dan gaan we alles weer aan de kant zetten.’’ Met opzet gebruiken de leidsters het woord opruimen niet, omdat dit op verzet kan stuiten. Als het alarm klinkt, is het jochie voorbereid. Zonder morren geeft hij zijn racket af en schuift hij een van de speelkussens naar de muur. Tijd voor een beker water en fruit.

Het duurt even voordat iedereen rustig aan tafel zit in de ruimte waar alle materiaalkasten omgedraaid naar de muur staan, zodat de peuters niet afgeleid worden door alles wat op de planken ligt. Een van de meisjes heeft geen zin en zet het op een gillen. Met een pictogram van een beker en een appel weet Yvonne haar enigszins tot bedaren te brengen. ,,We gebruiken veel gebaren, mimiek en plaatjes om duidelijk te maken wat we gaan doen.’’

Onder het spelen, knutselen en het eten wordt het gedrag van de 5 kinderen nauwgezet geregistreerd door de beide pedagogisch medewerkers. De kleintjes zijn aangemeld via de reguliere peuteropvang, de ouders zelf, de coach voor voor- en vroegschoolse opvang die bij mensen thuis komt of instanties als integrale vroeghulp (IVH). Ze vallen op vanwege hun afwijkende gedrag. Wat er precies anders is dan anders, wordt op Het Berenbos vastgelegd.

De kinderen komen 2 dagdelen per week voor een periode van 3 tot 4 maanden. ,,Wij stellen geen diagnose, wij observeren alleen wat we zien. Opvallend gedrag, bijvoorbeeld weinig praten, weinig contact, anderen niet aankijken en niet uitvoeren wat wij zeggen. Maar we kijken ook naar wat wel goed gaat’’, vertelt Jessica. Eventueel worden er aanvullende onderzoeken gedaan op advies van pedagoog Martine Hut, die ook deel uitmaakt van het team.

Aan het eind van het traject krijgen ouders een advies voor het meest passende vervolg. Sommige peuters kunnen met handvatten voor ouders en begeleiders terug naar een gewone peutergroep, anderen gaan naar het behandel- en expertisecentrum De Lytse Walden van Jeugdhulp Friesland, de Taaltrein van de Skelp of het Kinderdagcentrum van Talant. Vierjarigen stromen door naar regulier of speciaal onderwijs.

Het Berenbos – een samenwerking tussen de peuteropvang van Oink! met dertien locaties in Smallingerland, welzijnsorganisatie M.O.S. en Jeugdhulp Friesland – werd 6,5 jaar geleden opgericht om problemen bij peuters zo vroeg mogelijk te signaleren. Jessica: ,,Hoe eerder kinderen de juiste begeleiding krijgen, hoe beter ze zich kunnen ontwikkelen. Problemen op latere leeftijd kunnen zo worden voorkomen.’’

Dit vroeg signaleren van afwijkend gedrag behoeft tijd en persoonlijke aandacht, iets wat pedagogisch medewerkers op de gewone peuteropvang niet hebben, simpelweg omdat er nog 15 andere kinderen zijn. Op Het Berenbos hebben Yvonne en Jessica de expertise in huis, maximaal 8 peuters onder hun hoede en ook nog hulp van vrijwilligster Marije Buringa. Ze volgen zoveel mogelijk het gewone peuterspeelzaalprogramma met een kringmoment, een activiteit en vrij spel.

Dat lukt niet altijd. Het leeuwendeel van de kinderen dat er nu zit, begrijpt bijvoorbeeld niet wat de bedoeling is in de kring. Yvonne: ,,Ze hebben geen idee wat ze in de kring moeten, dus dat doen we dan ook niet, omdat het geen zinvolle bijdrage levert aan hun ontwikkeling. Het kind is hier leidend.’’

Pittige peuters? De preventiecoach kijkt mee

In elke peutergroep zitten kinderen die opvallend gedrag vertonen of een taalachterstand hebben. Het wordt op de opvang wel gezien door de pedagogisch medewerkers, maar het ontbreekt vaak aan tijd en kennis om er echt iets mee te doen. In Smallingerland is hiervoor een preventiecoach aangetrokken. Op ’t Kwetternest en De Parel fungeert Nynke Nijdam, vanuit Jeugdhulp Friesland, sinds 1 oktober als ,,extra handen en ogen op de groep’’.

’t Kwetternest in de Drachtster wijk De Swetten is een van de dertien locaties van Oink! in Smallingerland. Op deze groep zitten in verhouding veel kinderen over wie pedagogisch medewerkers zich zorgen maken. De Parel in De Wiken in Drachten valt onder kinderopvangorganisatie Prokino. Net als op ’t Kwetternest komen ook hier veel kinderen met een speciale vve-indicatie die aangeeft dat er een vergroot risico is op problemen in de ontwikkeling van een kind.

,,Ik kijk mee naar taalontwikkeling, motoriek en opvallend gedrag en geef adviezen’’, zegt Nijdam, die gespecialiseerd is in het begeleiden van kinderen met een autisme-spectrumstoornis (ASS). Haar tips zijn bedoeld voor ouders en pedagogisch medewerkers. ,,Voor een peuter met een taalachterstand is het goed dat er extra boekjes voorgelezen worden en liedjes gezongen, aansluitend bij de belevingswereld van een kind. Een peuter die niet stil kan zitten in de kring, heeft bijvoorbeeld een ander stoeltje nodig.’’ Bij zeer ernstige problemen wordt een kind doorverwezen naar bijvoorbeeld het behandel- en expertisecentrum van Jeugdhulp Friesland.

De taak van de preventiecoach is volgens Nijdam te vergelijken met de intern begeleider (ib’er) die op basisscholen verantwoordelijk is voor de zorg. ,,Ik geef de pedagogisch medewerkers, die het vaak reuze druk hebben, handvatten en versterk hun pedagogisch handelen. Als een soort coach on the job laat ik voorbeeldgedrag zien. Zo benoem ik bijvoorbeeld voortdurend de emoties van kinderen, zodat ze zich begrepen en gezien voelen.’’

 

De hulp van de preventiecoach moet alle kinderen een goede start geven op de basisschool en ondervangen dat kinderen onterecht op het speciaal onderwijs belanden. ,,Hoe eerder we problemen signaleren, hoe beter we kunnen voorkomen dat zwaardere hulp op latere termijn nodig zal zijn’’, zegt manager Annet Folkersma van Oink!

Bron: Bovenstaande artikel is geschreven door José Hulsing en verschenen in de Leeuwarder Courant van woensdag 13 november 2019 en de foto's zijn gemaakt door Jilmer Postma.